Hoeveel verschillend beregeningsgroepen heb je nodig voor jouw sportveld?
Ontdek het direct met onze online calculator!
Naar debiet calculator >Een sportveld wordt meestal niet met alle sproeiers tegelijk beregend. In plaats daarvan verdeel je de sproeiers over verschillende beregeningsgroepen, ook wel beregeningszones genoemd. Eerst wordt bijvoorbeeld zone 1 geopend, daarna zone 2 en vervolgens zone 3. Zo kun je een groot voetbalveld met een veel lager pompdebiet beregenen dan wanneer alle sproeiers tegelijkertijd zouden werken. Maar hoeveel zones heb je nodig? En hoeveel sproeiers kun je het beste per beregeningsgroep laten werken? Dat wordt niet alleen bepaald door het aantal sproeiers op het veld. Het beschikbare debiet, de werkdruk van de sproeiers, de capaciteit van de pomp, de diameter van de tyleenslang, het drukverlies en de maximale tijd waarin je het volledige veld wilt beregenen spelen allemaal een rol. Op deze pagina leggen we stap voor stap uit hoe je de beregeningsgroepen voor een sportveld berekent en hoe je voorkomt dat je te veel sproeiers op één zone aansluit. Wil je eerst het complete systeem ontwerpen? Bekijk dan ons beregeningsplan voor een voetbalveld.
Wat is een beregeningsgroep?
Een beregeningsgroep is een aantal sproeiers dat tegelijkertijd wordt ingeschakeld. Je kunt het vergelijken met een zone in een tuinberegeningssysteem, alleen zijn de benodigde debieten bij een voetbalveld of ander sportveld meestal aanzienlijk groter. Stel dat een voetbalveld twaalf sproeiers heeft. Je zou alle twaalf sproeiers tegelijkertijd kunnen laten werken, maar daarvoor is een zeer grote watercapaciteit nodig. Je kunt de twaalf sproeiers ook verdelen over bijvoorbeeld vier groepen van drie sproeiers. Het systeem werkt dan achtereenvolgens met:
zone 1 → 3 sproeiers
zone 2 → 3 sproeiers
zone 3 → 3 sproeiers
zone 4 → 3 sproeiers
Op ieder moment zijn maar drie sproeiers actief. Hierdoor hoeft de pomp niet het water voor twaalf sproeiers tegelijkertijd te leveren. Dat is het belangrijkste principe achter het opdelen van een sportveld in beregeningszones.
Waarom wordt sportveldberegening in zones verdeeld?
De belangrijkste reden is de benodigde watercapaciteit. Iedere sproeier gebruikt een bepaalde hoeveelheid water. Wanneer één sproeier bijvoorbeeld 6 m³/uur gebruikt, vragen vier sproeiers samen: 4 × 6 = 24 m³/uur
Twaalf dezelfde sproeiers zouden tegelijkertijd: 12 × 6 = 72 m³/uur vragen.
Het verschil tussen een installatie van 24 en 72 m³/uur is groot. Niet alleen voor de pomp, maar ook voor de diameter van de hoofdleiding, kleppen, filters en overige componenten. Door het veld in groepen te verdelen kun je dus met een lager momentaan debiet werken. Daar staat tegenover dat meer zones meestal betekenen dat de totale beregeningscyclus langer duurt. Het ontwerpen van beregeningsgroepen is daarom altijd een afweging tussen capaciteit en beregeningstijd.
Hoe bereken je het debiet van een beregeningsgroep?
De basisberekening is eenvoudig: zonedebiet = aantal actieve sproeiers × debiet per sproeier
Stel dat je Rain Bird sproeiers gebruikt die bij de gekozen nozzle en werkdruk ieder 6 m³/uur verbruiken.
Bij twee sproeiers per groep heb je: 2 × 6 = 12 m³/uur
Bij drie sproeiers: 3 × 6 = 18 m³/uur
Bij vier sproeiers: 4 × 6 = 24 m³/uur
En bij vijf sproeiers: 5 × 6 = 30 m³/uur
Dit zonedebiet vormt vervolgens een van de belangrijkste uitgangspunten voor de rest van de hydraulische berekening.
| Actieve sproeiers | Debiet per sproeier | Zonendebiet | Debiet in l/min |
|---|---|---|---|
| 1 | 6 m³/u | 6 m³/u | 100 l/min |
| 2 | 6 m³/u | 12 m³/u | 200 l/min |
| 3 | 6 m³/u | 18 m³/u | 300 l/min |
| 4 | 6 m³/u | 24 m³/u | 400 l/min |
| 5 | 6 m³/u | 30 m³/u | 500 l/min |
| 6 | 6 m³/u | 36 m³/u | 600 l/min |
Het debiet per sproeier moet altijd worden gecontroleerd bij de gekozen nozzle en werkdruk. Gebruik dus niet zonder controle één algemeen debiet voor een complete sproeierserie. Meer over de relatie tussen liters per minuut, kubieke meters per uur en waterdruk lees je in waterdruk en debiet voor sportveldberegening.
Debietcalculator voor sportveldberegening
Bereken hoeveel water één beregeningszone nodig heeft. Vul het aantal sproeiers in dat tegelijkertijd werkt en het debiet per sproeier. De calculator toont direct het totale zonedebiet in m³/uur, liter per uur en liter per minuut.
Vergelijk het zonedebiet bij meer of minder sproeiers
| Sproeiers tegelijk | Debiet per sproeier | Totaal m³/uur | Liter/minuut |
|---|
Hoe bereken je het debiet van een beregeningszone?
Het totale zonedebiet is het aantal sproeiers dat tegelijkertijd werkt vermenigvuldigd met het debiet per sproeier.
Werken bijvoorbeeld vier sproeiers tegelijkertijd en gebruikt iedere sproeier 6 m³/uur, dan is het zonedebiet:
Dat komt overeen met:
De pomp, hoofdleiding, zoneleiding, magneetklep en overige onderdelen moeten dit debiet bij voldoende waterdruk kunnen verwerken.
Waarom moet je het debiet per sproeier bij de juiste druk gebruiken?
Een sportveldsproeier heeft niet één vast waterverbruik. Het debiet is afhankelijk van de gekozen nozzle en de werkdruk.
Gebruik daarom de technische tabel van de daadwerkelijk gekozen sproeierconfiguratie.
Bekijk bijvoorbeeld de Rain Bird Falcon 6504 , de Rain Bird 8005 of het complete assortiment Rain Bird sproeiers .
Wat doe je met het berekende zonedebiet?
Het zonedebiet vormt de basis voor de rest van de hydraulische berekening.
Met het berekende aantal m³/uur kun je bepalen welke diameter tyleen beregeningsleiding nodig is.
Daarna bereken je het drukverlies over het leidingtraject. Samen met de werkdruk van de sproeiers, verliezen over filters en magneetkleppen en eventueel hoogteverschil volgt hieruit het benodigde pompwerkpunt.
Voorbeeld: vier sproeiers op één beregeningsgroep
Stel dat vier sproeiers tegelijkertijd werken.
Iedere sproeier gebruikt bij de geselecteerde nozzle en werkdruk 6 m³/uur.
De beregeningszone gebruikt dan 400 liter per minuut.
Wanneer je vervolgens vijf sproeiers tegelijk laat werken, stijgt dit naar:
Dat verschil kan betekenen dat een grotere tyleenslang of een andere beregeningspomp nodig is.
Verder rekenen aan sportveldberegening
Hoeveel zones heb je nodig voor een sportveld?
Wanneer je weet hoeveel sproeiers het veld heeft en hoeveel daarvan tegelijkertijd kunnen werken, kun je het aantal zones berekenen.
De basisformule is: aantal zones = totaal aantal sproeiers ÷ aantal sproeiers per zone
Rond het resultaat altijd naar boven af. Heb je bijvoorbeeld zestien sproeiers en wil je vier sproeiers tegelijkertijd laten werken, dan krijg je: 16 ÷ 4 = 4 zones
Kunnen er maar drie sproeiers tegelijkertijd werken, dan krijg je: 16 ÷ 3 = 5,33
Je hebt dan minimaal zes zones nodig wanneer je de sproeiers op deze manier verdeelt. Dat betekent niet automatisch dat iedere zone exact evenveel sproeiers moet hebben. De uiteindelijke zone-indeling moet ook logisch aansluiten op de sproeierposities en waterverdeling.
Hoeveel sproeiers moeten er per zone werken?
Dit is eigenlijk de belangrijkste vraag. Het antwoord wordt bepaald door meerdere voorwaarden die tegelijkertijd moeten kloppen. Je moet weten hoeveel water één sproeier gebruikt, hoeveel water de pomp kan leveren, hoeveel druk beschikbaar is, hoeveel drukverlies in de leidingen ontstaat en binnen hoeveel tijd het volledige sportveld beregend moet zijn.
Daarom is: “vier sproeiers per zone” geen universele ontwerpregel. Voor de ene installatie kunnen twee sproeiers per groep logisch zijn, terwijl een grotere installatie zes of meer sproeiers tegelijkertijd kan voeden. Wil je eerst bepalen hoeveel sproeiers je voor het hele veld nodig hebt? Bekijk dan hoeveel sproeiers je nodig hebt voor een voetbalveld.
De pomp bepaalt mede hoeveel sproeiers tegelijk kunnen werken
Stel dat iedere sproeier 6 m³/uur nodig heeft. Je wilt vier sproeiers tegelijkertijd laten werken. Het zonedebiet is dan 24 m³/uur. Dat betekent echter niet dat iedere pomp die “24 m³/uur” kan leveren geschikt is. De sproeiers hebben namelijk ook een bepaalde werkdruk nodig. Stel dat de sproeiers 4,5 bar nodig hebben en dat tussen de pomp en de maatgevende sproeier in totaal nog 1,1 bar verloren gaat door leidingweerstand, magneetkleppen, filters, koppelingen en andere onderdelen.
De pomp moet dan ongeveer: 4,5 + 1,1 = 5,6 bar leveren bij een debiet van: 24 m³/uur
Het relevante pompwerkpunt is dan dus ongeveer: 24 m³/uur bij 5,6 bar
De pomp moet dit debiet én deze druk tegelijkertijd volgens zijn pompcurve kunnen leveren. Bekijk hiervoor de beregeningspompen of lees eerst onze uitleg over de pomp voor sportveldberegening.
Niet rekenen met alleen het maximale pompdebiet
Dit is een belangrijk punt bij het maken van beregeningsgroepen. Op een pomp kan bijvoorbeeld een hoog maximaal debiet staan. Dat betekent niet dat de pomp datzelfde debiet ook bij de benodigde sproeierdruk kan leveren. Debiet en druk veranderen langs de pompcurve. Je moet daarom eerst het werkpunt van de zwaarste beregeningszone bepalen en daarna op de pompcurve controleren of de pomp dat punt kan bereiken. De zwaarste zone hoeft overigens niet altijd de zone met de meeste sproeiers te zijn. Een verder gelegen zone kan door een langere leiding of groter hoogteverschil meer druk nodig hebben.
Bereken de zones vanuit de gewenste beregeningsduur
Je kunt de berekening ook omdraaien. In plaats van te beginnen met de beschikbare pomp kun je beginnen met het gewenste eindresultaat. Stel dat een voetbalveld 35,7 m³ water nodig heeft voor een volledige beregeningsbeurt en dat het hele veld binnen zes uur klaar moet zijn. Dan is het minimaal benodigde gemiddelde actieve debiet: 5,7 ÷ 6 = 5,95 m³/uur
Wil je dezelfde hoeveelheid water binnen drie uur verwerken, dan heb je minimaal: 35,7 ÷ 3 = 11,9 m³/uur nodig. Binnen twee uur wordt dat: 35,7 ÷ 2 = 17,85 m³/uur
Hiermee kun je vervolgens bepalen hoeveel sproeiers tegelijkertijd actief moeten zijn. Wanneer iedere sproeier bijvoorbeeld 6 m³/uur gebruikt, vraagt een theoretisch minimum van 17,85 m³/uur minimaal drie gelijktijdig actieve sproeiers: 3 × 6 = 18 m³/uur
Dit is een handige eerste capaciteitsberekening voor een nieuwe installatie. Voor de waterbehoefte zelf kun je onze uitleg en calculator gebruiken bij hoeveel water heeft een voetbalveld nodig?.
Let op: debiet alleen bepaalt niet de werkelijke beregeningsduur
De bovenstaande berekening is nuttig voor de eerste dimensionering van de installatie, maar er zit een belangrijk verschil tussen water verpompen en water gelijkmatig over het veld verdelen. Wanneer de sproeiers in verschillende zones werken, moet iedere zone lang genoeg actief zijn om de gewenste hoeveelheid neerslag op zijn eigen oppervlak te geven. Daarvoor is de neerslagintensiteit van de sproeieropstelling belangrijk. Een systeem kan hydraulisch bijvoorbeeld 30 m³/uur verwerken, maar dat betekent niet automatisch dat 30 m³ water per uur gelijkmatig over het volledige voetbalveld wordt verdeeld. De sproeierafstand, sectorinstelling, nozzle, overlap en zoneoppervlakte bepalen mede hoeveel millimeter per uur daadwerkelijk op een bepaald deel van het veld terechtkomt. Gebruik de berekening op basis van totale hoeveelheid water en maximale tijd daarom voor capaciteitsdimensionering en controleer het definitieve ontwerp vervolgens op de neerslagintensiteit van iedere zone.
Waarom sproeiers binnen één zone bij elkaar moeten passen
Een goede beregeningsgroep bestaat niet zomaar uit willekeurige sproeiers die toevallig op dezelfde magneetklep zijn aangesloten. Sproeiers binnen één zone moeten hydraulisch en qua waterverdeling bij elkaar passen. Wanneer bijvoorbeeld een 90° hoeksproeier en een 360° sproeier dezelfde nozzle en hetzelfde debiet zouden krijgen, kan de watergift per vierkante meter sterk verschillen. Een volledige cirkel besproeit immers een veel groter oppervlak. Daarom moet bij de nozzlekeuze rekening worden gehouden met de sector en gewenste neerslagintensiteit. Dit wordt vaak aangeduid als matched precipitation: sproeiers en nozzles worden zo gekozen dat verschillende sectoren een vergelijkbare hoeveelheid water per oppervlakte-eenheid afgeven. Bij het ontwerpen van de groepen moet je dus verder kijken dan alleen het totale debiet.
Zone-indeling en sproeierindeling horen bij elkaar
Eerst moet duidelijk zijn waar de sproeiers komen. Daarna kun je bepalen welke sproeiers logisch samen in een groep worden geplaatst. De sproeierindeling wordt onder andere bepaald door het werkelijke bereik en de gewenste overlap. Voor een goede waterverdeling wordt vaak naar een kop-tot-kopachtige overlap gestreefd, waarbij het bereik van een sproeier ongeveer de volgende sproeier bereikt. Op een open sportveld moet bovendien rekening worden gehouden met wind. Bekijk daarom eerst sproeiers voor een sportveld en de vergelijking van Rain Bird sproeiers voor sportvelden.
Beregeningszones en de diameter van de tyleenslang
Zodra je meer sproeiers tegelijkertijd laat werken, stijgt het zonedebiet. Dat heeft direct invloed op de benodigde leidingdiameter. Voor sportveldberegening wordt veel PE-leiding toegepast. PE-leiding is hetzelfde als tyleenslang. Bekijk hiervoor de categorie tyleen beregeningsleiding.
Stel opnieuw dat één sproeier 6 m³/uur vraagt. Bij twee sproeiers moet de leiding 12 m³/uur verwerken. Bij vier sproeiers is dat 24 m³/uur en bij zes sproeiers 36 m³/uur. Als je al deze situaties door dezelfde kleine leiding probeert te voeren, stijgen de stroomsnelheid en het drukverlies sterk. Een zone met meer sproeiers kan daarom een grotere leidingdiameter nodig hebben. Voor sportvelden kunnen afhankelijk van het debiet en leidingtraject bijvoorbeeld tyleenslang 40 mm, tyleenslang 50 mm of tyleenslang 63 mm worden toegepast. Voor grotere diameters kun je kijken bij de tyleen beregeningsleiding. Welke diameter daadwerkelijk geschikt is, moet je hydraulisch berekenen. Lees hiervoor welke diameter tyleenslang je nodig hebt voor sportveldberegening.
Meer sproeiers per zone betekent meestal meer drukverlies
Stel dat je van drie naar vijf actieve sproeiers gaat. Als iedere sproeier 6 m³/uur gebruikt, stijgt het debiet van: 18 m³/uur naar 30 m³/uur
Door dezelfde leiding moet dan aanzienlijk meer water stromen. Drukverlies neemt niet lineair toe met het debiet. Daardoor kan een leiding die bij 18 m³/uur prima functioneert bij 30 m³/uur hydraulisch ongunstig worden. Je kunt dit verder doorrekenen met onze uitleg over drukverlies berekenen. Dit is precies waarom het aantal sproeiers per zone, de leidingdiameter en de pomp niet los van elkaar mogen worden gekozen.
Hoofdleiding en zoneleiding apart beoordelen
Bij een groot beregeningssysteem hoeft niet iedere leiding dezelfde diameter te hebben. De hoofdleiding transporteert water vanaf de pomp richting de verschillende zones. Afhankelijk van de opbouw van de installatie kan deze daarom groter worden uitgevoerd dan bepaalde aftakkingen. Daarna wordt het water via tyleenkoppelingen naar de verschillende leidingdelen en sproeiers verdeeld. Bij het berekenen van het drukverlies moet je per leidingdeel kijken hoeveel water er werkelijk doorheen stroomt.
Het debiet neemt langs een zoneleiding af
Dit is belangrijk bij een nauwkeurige hydraulische berekening. Stel dat vier sproeiers achter elkaar op dezelfde leiding zijn aangesloten en iedere sproeier 6 m³/uur gebruikt.
Aan het begin van de leiding stroomt: 24 m³/uur
Na de eerste aftakking hoeft de leiding nog maar: 18 m³/uur te transporteren.
Na de tweede sproeier wordt dit: 12 m³/uur
In het laatste deel: 6 m³/uur
Het is daarom niet volledig nauwkeurig om voor de hele zoneleiding met 24 m³/uur te rekenen. Wanneer je voor een snelle berekening toch over de volledige lengte met het maximale zonedebiet rekent, krijg je doorgaans een conservatieve inschatting van het leidingverlies. Voor een nauwkeurig ontwerp verdeel je het leidingtraject in segmenten en bereken je ieder segment afzonderlijk.
Welke magneetklep heb je per beregeningsgroep nodig?
Bij een automatisch systeem krijgt iedere beregeningszone doorgaans een eigen magneetklep. Bekijk hiervoor bijvoorbeeld de Rain Bird magneetkleppen. De magneetklep opent zodra de beregeningscomputer de betreffende groep inschakelt. Na afloop sluit de klep en wordt de volgende zone geopend. De maat van de klep moet passen bij het debiet van de zone. Kijk daarom niet alleen naar de schroefdraadaansluiting. Controleer ook het toegestane debiet en het drukverlies door de klep bij dat debiet. Een te kleine klep kan anders een onnodige vernauwing vormen. Dit drukverlies moet je meenemen bij het bepalen van het pompwerkpunt.
Eén magneetklep per zone
Stel dat je een veld hebt met vier beregeningsgroepen. Dan heb je in een eenvoudige opstelling meestal vier afzonderlijk aangestuurde magneetkleppen. De opbouw kan bijvoorbeeld zijn:
pomp → hoofdleiding → kleppenverdeler → 4 magneetkleppen → 4 zones
De beregeningscomputer bepaalt welke klep wordt geopend. Je kunt de magneetkleppen beschermen en bereikbaar houden in kleppendozen. Zo blijven ze toegankelijk voor onderhoud zonder dat je later grote delen van het terrein hoeft open te graven.
Beregeningscomputer voor meerdere zones
Voor automatische zonebesturing gebruik je een beregeningscomputer. Bij vier zones moet de gekozen besturing minimaal het benodigde aantal stations kunnen aansturen. Het kan verstandig zijn extra capaciteit te voorzien wanneer de installatie later wordt uitgebreid. Een eenvoudig programma kan bijvoorbeeld vier zones achter elkaar laten werken. Zone 1 start om 22:00 uur, zone 2 na afloop van zone 1, vervolgens zone 3 en daarna zone 4. Hierdoor is maar één zone tegelijkertijd actief. Dat maakt de hydraulische belasting voorspelbaar en zorgt ervoor dat de pomp steeds ongeveer rond het ontworpen werkpunt functioneert.
Moeten alle zones hetzelfde debiet hebben?
Bij voorkeur liggen de debieten van vergelijkbare zones niet extreem ver uit elkaar, maar exact hetzelfde hoeft niet altijd. Wanneer zone 1 bijvoorbeeld 24 m³/uur vraagt en zone 2 slechts 8 m³/uur, verandert het werkpunt van de installatie sterk. De pomp kan zich daardoor bij iedere zone op een heel ander punt van de pompcurve bevinden. Een evenwichtige zone-indeling maakt het vaak eenvoudiger om de installatie goed te ontwerpen. Toch moet de indeling vooral aansluiten bij de benodigde waterverdeling. Maak dus geen hydraulisch mooie groepen wanneer de sproeiers daardoor agronomisch of qua neerslagverdeling verkeerd worden gecombineerd.
Voorbeeld: 16 sproeiers verdelen over zones
Stel dat een voetbalveld zestien sproeiers heeft. Iedere sproeier vraagt in dit rekenvoorbeeld 6 m³/uur. Je overweegt verschillende indelingen.
| Sproeiers per zone | Zonendebiet | Minimaal aantal zones |
|---|---|---|
| 1 | 6 m³/u | 16 |
| 2 | 12 m³/u | 8 |
| 3 | 18 m³/u | 6 |
| 4 | 24 m³/u | 4 |
| 5 | 30 m³/u | 4 |
| 6 | 36 m³/u | 3 |
| 8 | 48 m³/u | 2 |
Op het eerste gezicht lijkt twee zones van acht sproeiers aantrekkelijk omdat je weinig zones nodig hebt. Maar iedere zone vraagt dan 48 m³/uur. Dat heeft grote gevolgen voor de pomp, leidingdiameter, magneetkleppen en andere componenten. Met vier sproeiers per zone is slechts 24 m³/uur nodig. Daarvoor heb je vier zones nodig. Welke variant uiteindelijk beter is, hangt af van de beschikbare beregeningstijd en de hydraulische mogelijkheden van de installatie.
Voorbeeld: bestaande pomp bepaalt het aantal sproeiers
Stel dat je al een pomp hebt. Uit de pompcurve blijkt dat de pomp bij de benodigde systeemdruk ongeveer 20 m³/uur kan leveren. Iedere sproeier gebruikt 6 m³/uur.
Twee sproeiers vragen: 12 m³/uur
Drie sproeiers vragen: 18 m³/uur
Vier sproeiers vragen: 24 m³/uur
Op basis van alleen het debiet lijken maximaal drie sproeiers tegelijkertijd mogelijk. Maar daarna moet je nog controleren of de pomp bij 18 m³/uur voldoende druk overhoudt nadat alle leiding-, klep-, filter- en hoogteverliezen zijn meegerekend. Pas wanneer zowel debiet als druk voldoende zijn, kun je drie sproeiers als hydraulisch haalbare zone beschouwen.
Voorbeeld: nieuwe installatie ontwerpen vanuit zes uur beregeningstijd
Je kunt ook helemaal vanaf nul beginnen. Neem een voetbalveld van 105 × 68 meter. De oppervlakte is: 7.140 m² Je wilt 5 mm water geven.
Daarvoor is: 7.140 × 5 = 35.700 liter = 35,7 m³ nodig. Het volledige veld moet binnen zes uur klaar zijn. Voor de eerste capaciteitsberekening is dan minimaal gemiddeld: 35,7 ÷ 6 = 5,95 m³/uur nodig. Maar daar stopt het ontwerp niet. Je bepaalt vervolgens de sproeierindeling, het aantal sproeiers, de neerslagintensiteit en de zones. Daarna controleer je of de werkelijke zoneberegening binnen de beschikbare periode past. Gebruik hiervoor het complete beregeningsplan voor een voetbalveld.
Wat gebeurt er als je te veel sproeiers op één zone aansluit?
Dan kan het debiet groter worden dan de pomp of waterbron aankan. De dynamische druk zakt en de sproeiers bereiken mogelijk niet meer hun ontworpen werkdruk. Daardoor kan de worplengte afnemen en verandert mogelijk ook het sproeibeeld. Op het veld kan dat zichtbaar worden als droge stroken of een ongelijkmatige waterverdeling. Een tweede gevolg is dat het drukverlies door de leiding sterk kan toenemen. Het probleem los je dan niet noodzakelijk op met een grotere pomp. Een te kleine leiding kan de beperkende factor zijn. Daarom moet je de complete hydraulische keten bekijken.
Wat gebeurt er als je te weinig sproeiers per zone gebruikt?
Te weinig sproeiers per groep kan eveneens ongunstig zijn. Je krijgt dan veel zones en daarmee mogelijk een zeer lange totale beregeningscyclus. Bovendien kan een pomp die voor een veel groter debiet is geselecteerd bij een kleine zone ver van zijn gewenste werkpunt functioneren. Meer zones betekent daarnaast meer magneetkleppen, bekabeling, aansluitingen en besturingsstations. Het doel is daarom niet zo weinig mogelijk of zo veel mogelijk sproeiers per zone. Je zoekt naar een hydraulisch en praktisch evenwicht.
Waterbron meenemen in de zoneberekening
De waterbron is eveneens belangrijk. Stel dat een zone 24 m³/uur vraagt, terwijl een bron continu maar 10 m³/uur kan leveren. Dan kan de pomp niet onbeperkt rechtstreeks 24 m³/uur uit die bron halen. Een mogelijke oplossing is een waterbuffer. De bron vult de buffer vóór en tijdens de beregening, terwijl de pomp tijdens het beregenen tijdelijk een hoger debiet uit de buffer haalt. De benodigde bufferinhoud hangt af van de totale waterbehoefte, de duur van de beregeningscyclus, de broncapaciteit en de voorraad die bij aanvang beschikbaar is. Ook deze berekening hoort uiteindelijk thuis in het complete beregeningsplan voor een voetbalveld.
Welke Rain Bird sproeier gebruik je per zone?
De juiste keuze hangt af van het gewenste bereik, de nozzle, werkdruk en veldindeling. Voor sportveldtoepassingen kun je onder andere kijken naar de Rain Bird Falcon 6504, de Rain Bird 8005 en de Rain Bird Eagle. Vergelijk daarbij niet alleen de maximale worplengte. Kijk juist naar de combinatie van bereik + debiet + werkdruk + nozzle + sectorinstelling. Een sproeier met een groter bereik kan bijvoorbeeld ook een aanzienlijk groter debiet vragen. Daardoor kunnen er minder sproeiers tegelijkertijd op dezelfde pomp werken.
Van beregeningsgroep naar complete materiaallijst
Wanneer de zones eenmaal zijn vastgesteld, wordt het samenstellen van de installatie veel eenvoudiger. Je weet dan hoeveel Rain Bird sproeiers nodig zijn, hoeveel magneetkleppen moeten worden aangestuurd en hoeveel water door ieder leidingdeel moet stromen. Vervolgens kun je de tyleen beregeningsleiding en benodigde tyleenkoppelingen dimensioneren. Daarna bepaal je het zwaarste hydraulische werkpunt en selecteer je een passende beregeningspomp. Tot slot kies je de Rain Bird magneetkleppen en een passende beregeningscomputer. Zo ontstaat een systeem waarin de onderdelen daadwerkelijk op elkaar zijn afgestemd.
Beregeningsgroepen berekenen met een zonecalculator
Op deze pagina is een interactieve zonecalculator een logische aanvulling. De gebruiker vult daarin bijvoorbeeld het debiet per sproeier, de benodigde sproeierdruk, beschikbare pompdruk, beschikbare pompcapaciteit, leidinglengte, PE-diameter en SDR in. De calculator kan vervolgens bepalen hoeveel sproeiers maximaal tegelijkertijd kunnen werken. Daarna kan de tool automatisch tonen hoeveel zones nodig zijn. Bijvoorbeeld:
16 sproeiers totaal
maximaal 4 sproeiers per zone
geeft: 16 ÷ 4 = 4 zones
Maar wanneer uit de hydraulische berekening blijkt dat slechts drie sproeiers tegelijk verantwoord zijn: 16 ÷ 3 = 5,33 wordt het: 6 zones
De calculator kan dit vervolgens direct koppelen aan leidingdiameter, drukverlies en het benodigde pompwerkpunt.
Beregeningsgroepen ontwerpen voor een nieuwe installatie
Bij een volledig nieuwe installatie zou ik de volgorde niet beginnen met “hoeveel zones wil ik?” Begin met het gewenste resultaat. Bepaal eerst de afmetingen van het veld en de benodigde watergift. Stel vervolgens vast binnen hoeveel tijd de beregeningscyclus klaar moet zijn. Daarna bepaal je de sproeierindeling en het debiet per sproeier. Pas dan bereken je hoeveel sproeiers tegelijkertijd moeten of kunnen werken. Vervolgens bepaal je het aantal zones. Daarna dimensioneer je de tyleenslang en bereken je het drukverlies. Als laatste bepaal je het benodigde pompwerkpunt en selecteer je pomp, kleppen en besturing. De volgorde is dus:
waterbehoefte → beschikbare tijd → sproeiers → zonedebiet → aantal zones → leidingdiameter → drukverlies → pomp → magneetkleppen → besturing
Dat voorkomt dat één vroeg gekozen onderdeel de rest van de installatie onnodig beperkt.
Beregeningsgroepen bij een bestaande installatie controleren
Bij een bestaande sportveldberegening kun je de berekening juist andersom uitvoeren. Begin dan bij de werkelijke pompcurve en meet de dynamische druk terwijl een zone actief is. Controleer hoeveel water de betreffende zone daadwerkelijk gebruikt. Meet daarna de druk zo dicht mogelijk bij de maatgevende sproeier. Als de druk daar te laag is, onderzoek je waar het verlies ontstaat. Mogelijke oorzaken zijn een te kleine leiding, een te lange leiding, een te kleine magneetklep, vervuild filter, onvoldoende pompdruk of simpelweg te veel actieve sproeiers. Door vervolgens één sproeier minder tegelijkertijd te laten werken, kun je testen of de druk verbetert. Zo kun je bepalen of een andere zoneverdeling een bestaande installatie beter kan laten functioneren.
Complete sportveldberegening ontwerpen
Beregeningsgroepen vormen uiteindelijk maar één onderdeel van het totale ontwerp. Wil je vanaf nul een complete installatie samenstellen, gebruik dan het beregeningsplan voor een voetbalveld. Daarin combineer je de waterbehoefte met het aantal sproeiers, de maximale beregeningsduur, beregeningszones, leidingdiameter, drukverlies, waterbron en pomp. Lees daarnaast de verdiepende artikelen over hoeveel water een voetbalveld nodig heeft, hoeveel sproeiers je nodig hebt, waterdruk en debiet, tyleenslang diameter voor sportveldberegening en de juiste pomp voor sportveldberegening. Zo kun je ieder onderdeel afzonderlijk controleren en daarna samenbrengen in één compleet beregeningsontwerp.
Veelgestelde vragen over beregeningsgroepen voor sportvelden
Wat is een beregeningsgroep?
Een beregeningsgroep of beregeningszone is een aantal sproeiers dat tegelijkertijd wordt ingeschakeld. Zodra deze groep klaar is, sluit de bijbehorende magneetklep en wordt de volgende zone geopend.
Hoeveel zones heb je nodig voor een voetbalveld?
Dat hangt af van het totale aantal sproeiers en het aantal sproeiers dat tegelijkertijd kan werken. Heb je bijvoorbeeld zestien sproeiers en kunnen er vier tegelijk werken, dan kun je het systeem in vier groepen verdelen. De hydraulische berekening en sproeierindeling moeten wel aantonen dat deze verdeling geschikt is.
Hoe bereken je het aantal beregeningszones?
De eenvoudige formule is: totaal aantal sproeiers delen door het aantal sproeiers per zone. Rond een niet-geheel resultaat naar boven af. De uiteindelijke groepen moeten daarnaast logisch aansluiten op de sproeierindeling en waterverdeling.
Hoeveel sproeiers kunnen op één beregeningsgroep?
Dat wordt bepaald door het debiet en de werkdruk van de sproeiers, de pompcurve, leidingdiameter, leidinglengte, lokale drukverliezen en hoogteverschil. Er bestaat daarom geen vast maximaal aantal sproeiers per zone.
Hoe bereken je het debiet van een zone?
Vermenigvuldig het debiet per sproeier met het aantal sproeiers dat tegelijkertijd actief is. Vier sproeiers van ieder 6 m³/uur vragen samen 24 m³/uur.
Moet iedere zone hetzelfde aantal sproeiers hebben?
Nee. Dat is niet noodzakelijk. Het is vaak prettig wanneer vergelijkbare zones hydraulisch niet extreem van elkaar verschillen, maar de sproeierindeling en een gelijkmatige waterverdeling zijn belangrijker dan exact hetzelfde aantal sproeiers per groep.
Heb je voor iedere zone een magneetklep nodig?
Bij een normale automatische installatie heeft iedere afzonderlijk aangestuurde zone doorgaans een eigen magneetklep. De beregeningscomputer opent en sluit deze kleppen volgens het ingestelde programma.
Welke diameter tyleenslang heb je voor een beregeningsgroep nodig?
Dat hangt af van het zonedebiet, de leidinglengte, de werkelijke binnendiameter en het toegestane drukverlies. Hoe groter het debiet, hoe belangrijker een voldoende grote leidingdiameter wordt. PE-leiding en tyleenslang zijn hierbij hetzelfde type leiding.
Kun je meer sproeiers per zone plaatsen met een grotere pomp?
Soms, maar niet automatisch. De leidingdiameter, magneetkleppen, filters, koppelingen, waterbron en sproeiers moeten het grotere debiet eveneens aankunnen. Alleen een grotere pomp plaatsen kan zelfs ongewenst zijn wanneer andere onderdelen de beperkende factor blijven.
Hoe weet je of een zone te groot is?
Een zone is hydraulisch te zwaar wanneer de installatie niet voldoende debiet en druk bij de sproeiers kan handhaven. Mogelijke signalen zijn een kleiner sproeibereik, slechte overlap en ongelijkmatige beregening. Controleer dit met dynamische drukmetingen en de hydraulische berekening.
Hoe kies je de pomp op basis van de beregeningsgroepen?
Bepaal de maatgevende zone en bereken daarvan het totale debiet en de benodigde druk. Selecteer vervolgens een pomp die dit debiet bij deze druk volgens de pompcurve kan leveren. Gebruik dus niet afzonderlijk het maximale debiet en de maximale opvoerhoogte van de pomp.
Hoe automatiseer je meerdere beregeningszones?
Je sluit iedere zone aan op een afzonderlijke magneetklep en stuurt deze kleppen aan met een beregeningscomputer. De controller kan de zones achter elkaar laten werken, zodat de pomp maar één beregeningsgroep tegelijkertijd hoeft te voeden.