De eerste keer dat jonge dieren naar buiten gaan, is een belangrijk moment. Veulens, kalveren en lammeren ontdekken voor het eerst de weide en alles wat daarbij hoort. Maar juist omdat ze nog geen ervaring hebben, is een goede voorbereiding nodig. Een standaard afrastering die prima werkt voor volwassen dieren, is vaak niet voldoende voor jonge dieren. Zij moeten nog leren wat de grenzen zijn en dat vraagt om een andere aanpak.
Waarom jonge dieren extra aandacht nodig hebben
Jonge dieren zijn van nature nieuwsgierig en speels. Ze verkennen hun omgeving zonder de voorzichtigheid die oudere dieren wel hebben.
Dat betekent dat ze:
- sneller tegen de afrastering aanlopen
- proberen eronderdoor te kruipen
- Er doorheen kunnen rennen
Waar volwassen dieren vaak al geleerd hebben om afstand te houden, moeten jonge dieren dit gedrag nog ontwikkelen. De eerste ervaring met schrikdraad is daarbij vaak bepalend of ze de afrastering later respecteren.
Zo zorg je voor een veilige eerste weidegang
Een goede afrastering begint bij de basis
Voordat jonge dieren de wei in gaan, moet de afrastering volledig op orde zijn. Daarbij draait het om één belangrijk principe: de afrastering moet duidelijk zichtbaar zijn zijn voor het dier
Een dun draadje is voor jonge dieren vaak moeilijk te zien. Gebruik daarom bij voorkeur lint of koord, zodat de afrastering goed opvalt. Hoe duidelijker de grens zichtbaar is, hoe sneller dieren deze herkennen.
Afstemming op formaat en gedrag
De opstelling van de afrastering moet passen bij het dier:
-
meerdere lijnen voorkomen dat dieren eronderdoor of tussendoor gaan
-
lage draden zijn belangrijk bij kleine dieren
-
voldoende spanning voorkomt dat dieren de afrastering negeren
Verschillende dieren, verschillende aanpak
Niet elk dier reageert hetzelfde op schrikdraad. Het is daarom belangrijk om je afrastering hierop aan te passen.

Schriklint voor veulens en jonge paarden
Veulens zijn actief en reageren soms onverwacht. Een goed zichtbare en veilige afrastering helpt om ongelukken te voorkomen. Meerdere linten op verschillende hoogtes zorgen ervoor dat ze de grens tijdig herkennen. Zeker bij jonge paarden is het belangrijk om materialen te kiezen die geen verwondingen veroorzaken. Vermijd scherpe of harde materialen en kies voor diervriendelijke oplossingen.
Schrikdraad voor kalveren en jongvee
Kalveren zijn vaak minder schrikachtig, maar juist nieuwsgierig en sterk. Ze testen de afrastering regelmatig, vooral in groepsverband. Een stevige, goed gespannen afrastering is daarom essentieel.
Schrikdraadnet voor lammeren en schapen
Door hun kleine formaat vinden lammeren snel een opening. Daarnaast zorgt hun isolerende wol ervoor dat ze minder gevoelig zijn voor stroom. Een goede opstelling én voldoende spanning zijn hierdoor extra belangrijk. Bij lammeren werkt het goed om ze te laten wennen aan schrikdraad als ze nog bij hun moeder lopen. Door ze samen met de ooi te laten wennen, nemen ze het gedrag over en leren ze sneller.

De juiste spanning en onderhoud
Heb je de basis helemaal op orde? Begin dan met het controleren van de spanning op het draad. Dit moet minimaal 3,5 kV zijn. Jonge dieren moeten direct voelen dat de afrastering een duidelijke grens is. Controleer vervolgens de aarding. Zeker in droge periodes kan een onvoldoende aardingssysteem ervoor zorgen dat de afrastering minder goed werkt. Ook begroeiing langs de afrastering verdient aandacht. Gras, onkruid en takken die de draad raken, verlagen door kortsluiting de spanning op het draad. Loop de afrastering na en maak deze vrij voordat de dieren naar buiten gaan.
Laat dieren rustig wennen aan schrikdraad
Het liefste zou je jonge dieren misschien direct in een grote weide te zetten, maar dat is niet altijd de beste keuze.
Een geleidelijke kennismaking werkt vaak beter:
-
begin in een kleinere, overzichtelijke ruimte
-
laat dieren in alle rust de afrastering ontdekken
-
voorkom dat de eerste aanraking gebeurt tijdens paniek of spel
Op deze manier leren dieren op een rustige manier dat de afrastering een grens is.
Blijf controleren en bijsturen
De eerste periode na het naar buiten gaan is bepalend. In deze fase is het belangrijk om alert te blijven op veranderingen in gedragen, dieren die de afrastering opzoeken en mogelijk zwakke plekken in de installatie. Controleer regelmatig de spanning met een tester en loop de afrastering na. Jonge dieren groeien snel en hun gedrag verandert mee. Ook na een winterperiode kan het nodig zijn om dieren opnieuw te laten wennen.